DOKstory #2 – Elina Bennetsen/ YAKU in gesprek met Eva De Groote

Het water in de stad: een levend wezen en een leermeester

Leestijd: 20 minuten
coverfoto: © Michiel Devijver

Water. Het valt uit de lucht, dringt in de grond en doet planten groeien. In onze huizen gutst het dag in dag uit door de buizen rondom ons om uiteindelijk via afvoerbuizen en zuiveringssystemen in onze waterlopen te belanden. We drinken het, baden er in, maken er mee schoon, en meer en meer realiseren we ons dat het een kostbaar goed is. Elina Bennetsen is een wetenschapper met een vurige passie voor water. Tijdens ons gesprek strekt ze meermaals haar arm uit naar de Schelde hoewel die verschillende straten van ons is verwijderd. Het water is altijd bij haar, zo lijkt het. Het is voor Elina een prachtig ecosysteem, een levend wezen om lief te hebben en ruimte te gunnen. En daar wil ze ook burgers warm voor maken.

In 2017 botste Elina op twee andere waterliefhebbers: Ruben De Wilde en Hannes Cosyns. Zij liepen rond met plannen om de relatie van Gentenaars met het water dat hen omringt, te activeren en te versterken. Het duo bleek een ideale match met de wetenschapper met een hart voor water. Niet veel later vond hun gezamenlijk initiatief Yaku een stek op DOK en daar schoten de ideeën als paddenstoelen uit de vervuilde havengrond. Yaku zoekt naar manieren om samen met burgers de waterkwaliteit in de stad te verbeteren. En naar kansen om er in te zwemmen! 

Een vijandige relatie 

Jij bent bio-ingenieur. Was het van meet af aan een coup de foudre met water voor jou?

(lacht) ‘Tijdens mijn middelbare schooljaren was ik enorm in de ban van de lessen aardrijkskunde. Toch koos ik uiteindelijk voor een studie bio-ingenieur omdat ik het gevoel had daar meer kanten mee op te kunnen. Tijdens mijn studie ben ik me gaan verdiepen in bodem en water. Het systeemperspectief dat daarbij komt kijken vond ik heel interessant. Via het Erasmus-uitwisselingsprogramma kwam ik in Oostenrijk terecht. Toen daagde het me voor het eerst: op andere plekken in Europa is de relatie van de stedelingen tot het water heel anders dan bij ons.’

Hoezo?

Elina tijdens de meetcampagne aan de Korenlei (Gent) © Denis Licht

‘In sommige landen hebben mensen veel meer aandacht voor water, bijvoorbeeld omdat kraanwater drinken er de normaalste zaak van de wereld is. Vandaag wordt kraanwater ook bij ons meer en meer gepromoot, maar lange tijd was dat helemaal niet zo in onze contreien. Als je op restaurant een glas kraanwater durfde te vragen, werd je vreemd bekeken. Daarnaast denk ik dat in andere landen veel meer mensen beroepshalve met water bezig zijn. Dat is gek als je weet dat België doorsneden is met waterlopen, heel België is in feite een valleigebied. 

En dan zie je ook nog dat water in andere landen veel meer wordt verbonden met plezier en ontspanning, terwijl onze relatie met water er toch vaak eerder een is van vijandigheid.’ 

Hoe komt dat? 

‘Wellicht heeft het te maken met onze neiging tot indammen en controleren. Er is in onze contreien veel angst dat het waterpeil plots zou stijgen. Het meer holistische perspectief van kijken naar water als iets dat door het landschap vloeit en een ecosysteem op zich is, dat ontbreekt bij ons een beetje. Hier zijn waterlopen in de eerste plaats toch wegen waarop we varen of waarlangs we fietsen, maar geen entiteit op zich. We bekijken het water voornamelijk vanuit een berekende ingenieursblik. Begrijp me niet verkeerd: ik ben zelf een wetenschapper met hart en ziel, maar ik denk dat we hier een meer holistische kijk moeten nastreven om een balans te vinden.’

Levend water

Waar zie je het zaad van de dingen die je vandaag doet?

(denkt even na) ‘Na mijn studies startte ik met een doctoraat. In die periode bracht ik veel tijd alleen door aan mijn bureau. Op een zeker moment kreeg ik het moeilijk. Ik besefte dat ik niet genoeg verbinding had. Ik ben toen als vrijwilliger begonnen bij het Gents Milieufront (milieuvereniging uit Gent die via positieve acties het leefmilieu en duurzame mobiliteit een duwtje in de rug wil geven, edg). Het voelde goed om de handen uit de mouwen te steken. Wat later was ik ook een jaar actief bij Belmundo (een jaarlijks activiteitenfestival dat internationale solidariteit op de voorgrond plaatst, edg). Het thema dat jaar was water en daar is veel wakker gemaakt van wat ik vandaag doe.’ 

Heb je dat doctoraat ooit nog terug opgepikt?

‘Wel, daar ben ik nu opnieuw mee bezig. Ik heb op dit moment verlof om het af te werken.’ (glimlacht)

Kan je aan een leek uitleggen waarover het gaat?

‘De titel is Solution scanning in integrated water management. Ik probeer berekeningen te maken om betere beslissingen te nemen die snel impact hebben op waterkwaliteit. Daarbij kijk ik echt naar de ecologie. Er bestaan al veel modellen op dit vlak, als het gaat over landbouw of riolering. Mijn invalshoek is echter: wat moeten we aan de structuur van de waterloop veranderen om een gezonde waterloop te krijgen? Waar zitten er belangrijke populaties van plant- en diersoorten in Vlaanderen en hoe brengen we die snel terug met elkaar in verbinding? Het gaat vooral over “invertebraten”: insectenlarven, weekdieren, slakjes en zo. Dit past in een Europese aanpak die stelt dat de waterkwaliteit van een beek pas goed is als die ecologisch goed is. Het moet dus gaan over goed levend water.’ 

Wijsheid

Wat is op jouw weg een belangrijke ontmoeting geweest?

‘Voor Belmundo had ik de kans om een event te organiseren met een internationale blik. We wilden graag een grotere naam als publiekstrekker en nodigden Rajendra Singh uit. Hij wordt wel eens de waterman van India genoemd. Hij slaagde er in Rajasthan in om via eenvoudige, natuurlijke ingrepen water op te vangen in het landschap en een aantal waterlopen opnieuw watervoerend te maken.’ 

Hoe moet ik mij dat voorstellen?

‘Hij maakte simpele greppel- en poelsystemen met bomen en andere vegetatie, en schoof daarbij telkens een beetje verder op. Water kon op die manier infiltreren in de grond en tegelijk werd het op die plekken een stuk koeler. Op die manier heeft Rajendra Singh uiteindelijk zeven oorspronkelijke rivieren hersteld. Dat is ongelooflijk straf, maar ook het verhaal erachter heeft mij erg geraakt.’

Vertel!

‘Rajendra Singh is arts, hij was aanvankelijk naar die gebieden gestuurd om de lokale gemeenschap op medisch vlak bij te staan. In een van de dorpen was er een oude man die tegen hem zei: “Je moet je niet bezig houden met medicijnen, je moet water brengen, dat is het allerbelangrijkste.” Singh vertelt in zijn presentaties dat hij in twee dagen doctoreerde op water. De oude man bracht hem alles bij wat hij wist over de natuurlijke watercyclus in dat gebied en daarmee ging hij aan de slag met zijn greppels en zijn poelen.’ 

Waterlopen als autostrades

Rajendra Singh is voor jou een belangrijke inspiratiebron?

‘Hij zorgde voor een belangrijk aha-ervaring tijdens het tourneetje door Vlaanderen dat ik voor hem organiseerde. Op een van zijn lezingen zei hij: “Als je verandering op gang wil brengen, heb je niet alleen de science of numbers nodig maar ook de science of sense.” Het gaat ook over wat je lokaal op een plek voelt, hoort, ziet en ruikt. Toen besefte ik dat ikzelf ondanks mijn wetenschappelijke achtergrond volop met mijn voeten in de praktijk wilde staan. Maar ook dat we de betrokkenheid van burgers moeten aanwakkeren als we draagvlak willen creëren voor wat er moet veranderen in onze leefomgeving. Ik besefte dat ik mensen letterlijk in verbinding wilde brengen met water.’

Confronteren met problemen inzake water?

‘Dat is hoe veel participatieprojecten in zijn werk gaan: het probleem in kaart brengen en duidelijk maken aan burgers waarom dat voor hen van belang is. Ik zie het graag nog een beetje anders: volgens mij moeten we de burgers niet pas betrekken wanneer er zich een probleem voordoet maar eerder een structurele relatie uitbouwen.’

Bouwen aan een bewustzijn rond waterkwaliteit om vandaar uit te werken rond duurzaamheid op ruimer vlak?

‘Dat is dan weer hoe vele collega’s van mij het zien: via waterkwaliteit het grotere plaatje van andere natuurdoelen in beeld brengen, bijvoorbeeld van duurzame voedselsystemen. Zelf vind ik het fijn om specifiek voor het water op te komen. Het is immers een ecosysteem op zich. Weet je, wij behandelen waterlopen als wegen, als autostrades. De bevaarbare waterwegen zitten trouwens ook daadwerkelijk onder de bevoegdheid mobiliteit. Versta mij niet verkeerd: er gebeuren daar ook goede dingen, denk bijvoorbeeld aan het Sigmaplan. Dat is er gekomen na grote overstromingen in het verleden. In 2003 zijn de doelstellingen gewijzigd en gekoppeld aan natuurdoelstellingen vanuit het inzicht dat je natte natuur en overstromingsreductie samen kan realiseren. Maar toch vind ik dat water het verdient om als ecosysteem an sich te worden gewaardeerd.’

DOK als potgrond

Hoe ben je op DOK beland?

‘Om dat uit te leggen moet ik het verhaal van Yaku vertellen. Ik was al een tijd actief bij het Gents Milieufront. Er waren ideeën om projectjes te doen rond Citizen Science. Zo was er bijvoorbeeld een project over verkeerstellingen. Ik trok vanuit mijn interesse voor waterkwaliteit in de stad naar ReaGent (Open DIY labo voor Citizen Science in Gent, edg) om samen te werken rond het testen van waterkwaliteit. Daar leerde ik Hannes en Ruben kennen. Zij waren net begonnen met Yaku.’ 

Het oorspronkelijke doel van Yaku was vooral zwemmen in Gentse wateren.

‘Dat klopt. Hannes had net als ik ervaringen in het buitenland opgedaan. Hij had een tijd in Zwitserland doorgebracht waar er een grote zwemcultuur is in natuurlijke waterlopen. Die lijken daar nochtans veel gevaarlijker en wilder dan de onze. 

Ook Hannes keerde terug naar Gent met het gevoel dat we zoveel water in onze stad hebben maar er compleet niet mee in verbinding staan. In het initiële zoekproces van die eerste maanden – hoe gaan we ons onderzoek en onze activiteiten vormgeven? – zijn we als DOK-bewoner op DOK beland. Vanaf dan is de bal voor Yaku aan het rollen gegaan.’

Was DOK een katalysator voor jullie?

‘Zeker. Het feit dat we vanaf dan een uitvalsbasis hadden waar we altijd terecht konden en van waaruit we vlot dingen konden organiseren, betekende erg veel voor ons. Maar we vonden er ook een netwerk van mensen met veel ideeën en voorbeelden. Er ontstonden samenwerkingen met andere DOK-bewoners, al wil dat niet zeggen dat we alle kansen die er waren, hebben benut. We moesten toch ook altijd zien wat haalbaar was in onze tijdsbesteding.’

Wat hebben jullie precies gedaan in die incubatieperiode op DOK?

‘We gingen meteen concreet aan de slag: we bouwden een waterfilter op DOK. Ruben en Hannes maakten met drie aquaria een zandfilter, een vegetatiefilter en een kleifilter. We lieten water uit de dokken door de filters lopen om een zwembadje mee te vullen. Zuiver was het water natuurlijk nog niet maar wel een stuk properder, en het liet ons toe om mensen op een aanschouwelijke manier over Yaku te vertellen.’

Waaruit bestond de samenwerking met andere DOK-bewoners?

groene muur voor waterzuivering op DOK

‘Samen met Greenup bouwden we een groenmuur met een waterzuiveringssysteem.  Greenup maakte groene muren aan de hand van plantenzakjes. Het idee was om het grijswater van DOK, dat voornamelijk bestond uit afwaswater waar enkel natuurlijke zepen in gebruikt werden, te zuiveren zodat het opnieuw kon gebruikt worden. We kwamen op het idee na een gesprek met professor Diederik Rousseau, die dit concept momenteel met compacte geveltuinen echt aan het uittesten is, onder andere in een huis in Gent. Het is ons uiteindelijk ook ten dele gelukt om water te zuiveren zodat het opnieuw voor een laagwaardige toepassing gebruikt kon worden.’ 

Wat was belangrijk aan jullie tijd op DOK?

‘Het mooie aan DOK was dat er enorm veel ruimte was om te experimenteren, dat we mochten proberen en mislukken. Het was een omgeving waarin het oké was om te falen. We hebben dingen georganiseerd waarop er drie man en een paardenkop aanwezig waren maar waaruit we ontzettend veel hebben geleerd.’ 

Wat is een van de mooiste momenten die je er hebt meegemaakt?

‘Een van de meest grappige momenten springt direct in mijn gedachten. (lacht) POOL IS COOL is een Brussels initiatief dat gelijkaardig is aan het onze maar dan groter. We hadden een van de initiatiefnemers voor een lezing uitgenodigd op DOK. Het was in augustus, net na een hittegolf. Met steun van DOK maakten we een facebookevent: Zwemmen aan de dokken, kan dat in de toekomst? Op de pagina van dat event echter viel dat tweede deel van de vraag minder op. De inschrijvingen stroomden binnen. Meer dan duizend mensen waren van plan om te komen zwemmen. Op zo’n moment was de impact van DOK duidelijk zichtbaar, en ook het feit dat we een gevoelige snaar raakten bij de stedelingen. Nu ja, zwemmen in de dokken, dat kon echt niet dus we stuurden een bericht dat het over een lezing ging. Uiteindelijk daagden er vijftien mensen op. (lacht) Maar het was een goede groep! Verschillende van de aanwezigen zijn achteraf actief geworden bij Yaku.’  

Een relatie met het water

Waren er ook kritische geluiden?

‘Zeker, en die verrasten ons soms. Zo was er bijvoorbeeld een reactie dat dit een typisch middenklasse-initiatief was en dat er ondertussen mensen waren die op straat leefden. Ik vond het een belangrijk signaal want het gaat voor ons niet om het opzoeken van tegenstellingen of wegnemen van geld van sociale initiatieven. Het gaat ook niet over wij hipsters willen zwemmen, het gaat over wij Gentenaars willen een betere waterkwaliteit en dat is goed voor iedereen. De negatieve reacties maakten ons duidelijk dat we ook zorg moeten dragen voor dat stuk van het verhaal. Sommige mensen maakten zich ook druk over het feit dat we de vissen met rust moeten laten. Voor mij toonde dat vooral aan dat onze verbinding met water verstoord is.’ 

Hoezo?

‘Wel, ik ben zelf half Deense en heb altijd veel tijd doorgebracht in Denemarken. Ginder hebben mensen een hechte relatie met het water. Hier is dat niet zo. In België verwachten we van de overheid dat die zal zorgen voor veilige en propere zwemplekken. In de praktijk wil dat zeggen dat je bijna nergens mag zwemmen. In Denemarken is dat helemaal anders. Er is een enorm grote kustlijn, het is onmogelijk om overal redders te zetten, zweminfrastructuur te plaatsen en de kwaliteit van het water te testen. In de buurt waar mijn vader vandaan komt, liggen verschillende steigers die door de dorpsbewoners zelf beheerd worden, in samenwerking met de gemeente. Er staat een bord: hoe zwem ik veilig? Mensen zorgen er dus zelf voor de infrastructuur en leren de kinderen zwemmen in open water.’ 

Dus daar kan je op de meeste plaatsen zwemmen, hier op bijna geen enkele?

‘Dat klopt. Er is een ongerustheid over de veiligheid, het verstoren van de ecologie en over het gevaar van de scheepvaart. Maar in de praktijk gebeurt het toch. Als het warm is in de zomer hebben mensen nu eenmaal de behoefte om het water op te zoeken. En elke zomer zijn er daarbij mensen die omkomen. Elk jaar sterven er mensen omdat ze niet weten hoe je veilig zwemt in open water en omdat er geen veilige plaatsen zijn om het water uit te geraken. Dat zal volgens mij in de toekomst alleen maar meer gebeuren.’ 

Dus jullie pleiten voor een omkering zoals in Denemarken?

‘Precies en daarbij is het belangrijk om de plaatsen aan te duiden waar je zeker niet mag zwemmen want die zijn er uiteraard. Door meer zwemgelegenheid aan te bieden in plaats van alles te concentreren op een beperkt aantal plaatsen, verlaag je ook de druk op het watersysteem en de omwonenden. Daar liggen volgens mij heel wat opportuniteiten. Wat je ziet in Denemarken is dat mensen samen zorg dragen voor het water, voor de gedeelde infrastructuur en de waterkwaliteit. Mensen doen er bijvoorbeeld zelf metingen op sommige plaatsen. Ook hier zou je burgers kunnen inschakelen om zwemwaterkwaliteit te monitoren. Er zijn namelijk nog veel plaatsen waar er bij zware regenval rioolwater in de waterlopen terecht komt. Of denk aan de toxische blauwalgen die kunnen ontstaan bij warm weer.’ 

Afkoeling

Je stelt dus voor om mensen mee verantwoordelijk te maken voor het monitoren van het water in hun buurt?

(knikt) ‘Je kan de mensen die dat willen mee steward maken van de waterloop bij hen in de buurt. Er zijn volop goedkope testkits aan het verschijnen die metingen door burgers mogelijk maken. Het effect daarvan zou wel eens groot kunnen zijn: mensen zullen bijvoorbeeld meer het verband zien tussen hun eigen levensstijl en het water. Die relatie is er namelijk maar wij staan er niet bij stil. Het water dat in je huis vertrekt, komt uiteindelijk in de waterlopen terecht. Er is een link tussen wat je doet in je huis en de waterkwaliteit in de omgeving. Vandaag is dat belangrijker dan ooit omdat mensen de indruk hebben dat het water nu properder is in vergelijking met vroeger. Het is ook een stuk properder maar het is niet omdat het water niet meer stinkt dat je met een gezonde waterloop te maken hebt. Wat niet zichtbaar is, wordt niet in rekening gebracht door de meeste mensen.’

waterkwaliteit meten aan DOK

Hoe werken jullie daar rond?

‘Met Yaku organiseren we bijvoorbeeld regelmatig wandelingen en fietstochten. Als ik dan vraag aan mensen wat volgens hen de grootste bron van vervuiling is, verwijzen ze naar afval en vooral naar plastic. Maar de vervuiling die in het water zit, is ook een groot probleem voor de leefomgeving. Ik vergelijk het graag met een huis: plastic is de rommel waardoor je je niet goed voelt in je huis maar eerst en vooral moet je een huis hebben waarin je kan ademen en voedsel vinden. Dat ontbreekt voor veel planten en diersoorten in de waterlopen.’

Hoe verbind je water aan klimaatverandering?

‘Het tegengaan van de klimaatverandering op globaal niveau doe je in de eerste plaats door de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verkleinen. Lokaal gezien kan water een enorm effect hebben op de temperatuur en de gevoelstemperatuur. Men spreekt over het stedelijk hitte-eiland: doordat er zoveel verharding is in de steden wordt de zonnestraling er meer opgeslagen als warmte en wordt het lokaal warmer. In de zomer krijg je bijvoorbeeld tussen het stedelijke Gent en het landelijke Melle een beetje verderop, een temperatuurverschil van 8 tot 12 graden op piekmomenten. Vooral ‘s nachts is dat zo, omdat dan de stralingswarmte terug wordt losgelaten in de stad, terwijl er in landelijke omgeving ‘s nachts afkoeling kan optreden.’

Hoe kan water daarbij helpen?

‘Als water verdampt, zal het daar een deel van de stralingsenergie voor verbruiken waardoor die niet meer kan worden losgelaten ‘s nachts. Maar het gaat niet om het water alleen. Het grootste effect zit ‘m in de combinatie van water en vegetatie. Een betonnen waterbak zal bijvoorbeeld een beetje verkoeling geven in het voorjaar, zolang de temperatuur van het water in de bak niet hoger is dan de omgevingstemperatuur, maar later in de zomer zal dit nog weinig effect hebben. Als je water echter combineert met vegetatie, heb je een veel groter koeleffect. Bomen en planten zweten namelijk, evapotranspiratie heet dat. Ze verdampen water om af te koelen en verbruiken in dat proces stralingsenergie zodat die energie niet in warmte wordt omgezet. De lokale temperatuurregeling is dus een combinatie van vegetatie en water. Maximaal inzetten op natte, groene vegetatie waar het kan en wenselijk is, kan echt helpen om lokaal de temperatuur te regelen.’ 

Wat fijn om dat eens helder uitgelegd te krijgen.

(glimlacht) ‘Wat ook interessant is, is de vorm van de waterlopen. Door de vele rechttrekkingen is er minder ruimte voor water gekomen in ons landschap. Oorspronkelijke waterlopen zijn kronkelend waardoor het water intensiever door het landschap loopt. Die systemen kunnen een meer bufferende werking hebben. Voor een deel is er een effect op de temperatuur, omdat water trager opwarmt dan de rest van de omgeving, maar er is vooral een effect op dat andere aspect van de klimaatverandering: de extremere weersomstandigheden. Bij hevig stormweer kunnen de kronkelende stromen helpen om het water trager af te voeren, zodat er minder snel overstromingen ontstaan. De tragere afvoer maakt ook dat meer water kan infiltreren, wat in het licht van de droogte niet onbelangrijk is. En als extra pluspunt zijn die kronkels en die dynamiek in het water ook ook voor de ecologie heel interessant!’

Het water en wij

We hebben dus eigenlijk als mens op heel veel manieren ingegrepen op natuurlijke systemen zonder stil te staan bij de mogelijke effecten daarvan?

(knikt) ‘Zonder het holistisch te bekijken. We hebben niet het ganse systeem in gedachten gehouden. Hier in Vlaanderen hebben we bijvoorbeeld bij overstromingen meteen gedacht: we zetten hoge dammen om het water in te dijken en zo snel mogelijk af te voeren. En we hebben rechte kanalen gemaakt om het de scheepvaart makkelijk te maken. Maar we hebben niet aan het geheel gedacht.’ 

Terwijl de natuur ons misschien heel vernuftige systemen had aangereikt?

‘Dat niet alleen maar je kan ook mét het water leven in plaats van ermee in oorlog te liggen. In de natuurlijke processen van een rivier zal die één tot twee keer per jaar lichtjes overstromen. Dat is ook de reden waarom wij hier trouwens zo’n vruchtbare valleien hadden, omdat er bij die lichte overstromingen altijd wat sediment uit de rivieren werd afgezet. Daarom was Vlaanderen zo’n fantastische plek om aan landbouw te beginnen en is er hier zoveel handel ontstaan. We zijn dat vergeten. We zijn met de rug naar het water gaan wonen en hebben alles in beton gestoken. We doen alles om overstromingen te voorkomen. Hier in Gent is het waterpeil bijvoorbeeld volledig gereguleerd. In een stad kan je natuurlijk niet toelaten dat er een tot twee keer per jaar overstromingen zijn maar dat kan je wel op andere plaatsen. Vlaanderen is daar intussen ook mee bezig, hoor, maar het is een heel traag proces.’

Zwemmen in de stad

Jullie zijn ook een van de partners van de Big Jump?

Big Jump is een Europees project met veel partners. Het idee is om in het water te springen en op die manier aandacht te vragen voor de waterkwaliteit. In ons tweede DOK-jaar stelden we onszelf een extra doel: wij wilden voorafgaand aan de Big Jump een Big Swim organiseren. Wij wilden vanuit Yaku de koppeling maken met daadwerkelijk zwemmen. Het was een huzarenstuk om te realiseren. We gingen aan de slag om de nodige vergunningen en verzekeringen te krijgen. Ik had nooit gedacht dat we het zouden kunnen realiseren maar het lukte! Een traject van tweehonderd meter heeft gedurende een uur open gestaan en er kon gezwommen worden tot aan Portus Ganda waar de Big Jump doorging. Ongeveer veertig mensen hebben dat ook effectief gedaan.’  

Big Jump Portus Ganda (Gent) © Koen Van Der Vennet

Hoe was dat voor jou?

‘Ik voelde een enorme adrenaline. Als je me twee jaar eerder had gezegd dat we het voor elkaar zouden krijgen om mensen te laten zwemmen in de binnenstad, dan had ik dat niet geloofd. Nu deden we het! Maar het was ook best heftig. Er stond toch wel wat stroming, mijn zwemtraining kwam van pas.’ (lacht)

En nu?

‘Nu zijn we weer volop met metingen bezig en met het ontwikkelen van instrumenten. De kwaliteit van het water kunnen meten, blijft toch cruciaal om zwemmen in de stad mogelijk te maken. Het laat ons ook toe om te antwoorden op de vele vragen die burgers hebben. Bovendien leren we de watersystemen kennen en weten we meer en meer waar de probleemzones zitten. Als we dan gesprekken aangaan met beleidsmakers kunnen we delen wat we al weten en suggesties doen over wat waar onderzocht moet worden in de toekomst.’ 

Want in de toekomst …

‘ … willen we een nieuwe zwemzone in Gent!’

Hoe ziet de stad er binnen twintig jaar uit als je optimistisch denkt?

‘Ik hoop dat we tegen dan de waterlopen weer wat meer vergroend hebben en een stukje land hebben teruggegeven aan het water. Dat bijvoorbeeld de fietspaden niet op de oevers liggen maar iets meer landinwaarts zodat de verharding vlakbij het water niet langer nodig is. Je kan dan nog steeds het plezier voelen om langs het water te fietsen maar er is meer ruimte voor water en vergroening. Waar we in de stad ook rekening mee moeten houden in de toekomst is dat er tijdelijke droogval kan zijn. Daar moet de infrastructuur op worden ingericht. Maar dat kan net fijn zijn: het brengt dynamiek in de stad. Soms is de ruimte van ons, soms van het water.’ 

Elina Bennetsen is bio-ingenieur en is zowel privé als professioneel gebeten door water. Samen met Ruben De Wilde en Hannes Cosyns vormt ze Yaku, een organisatie voor watergekke Gentenaars die burgers willen inspireren om betrokken te zijn bij het waterbeheer van de stad. Ze is één van de vier onderzoekers achter het BWMSTR label ‘weg van water’ (een instrument van de Vlaamse Bouwmeester om vernieuwende en beleidsrelevante ideeën oppikken vanuit de onderzoeks- en ontwerppraktijk, nd) . Elina is ook voorzitter van het Gents Milieufront, een milieuvereniging die via positieve acties het leefmilieu en duurzame mobiliteit een duwtje in de rug wil geven. 

Lees ook DOKstory #1 Liesbeth Vlerick in gesprek met Eva De Groote.