DOKstory #3 – Mathieu Charles in gesprek met Eva De Groote

De superdiverse samenleving is rijk en staat te trappelen

Leestijd: 23 minuten
coverfoto: © Michiel Devijver

De systemen waarin wij leven, zitten vol machtsdynamieken. Neem nu de publieke ruimte. Die is vrij toegankelijk voor iedereen, toch? Tenzij je als vrouw een volle blaas hebt, of je je als mindervalide persoon vlot wil verplaatsen, of je om de haverklap wordt aangesproken op basis van je huidskleur. 

Taal: nog zoiets. Die barst van impliciete uitsluiting. Waarom worden bepaalde talen als superieur beschouwd? Als talen zoals het Arabisch en Turks grote wereldtalen zijn, waarom willen we ze dan koste wat het kost weren uit onze scholen?

En tijd. Wie zijn wij eigenlijk om een nieuw ontdekte stam als primitief aan te duiden? Zeggen we dan eigenlijk niet: dat zijn mensen uit het verleden, wij zijn mensen uit het heden en zijn superieur tegenover hen? 

Een gesprek met Mathieu Charles is als stappen in een wilde roetsjbaan waardoor je de wereld in een hels tempo vanuit allerlei andere perspectieven bekijkt. En waardoor je leert begrijpen hoe dynamieken van uitsluiting duurzame systemen in de weg zitten. Van 2015 tot 2018 had hij een stek op DOK met Stand & Deliver, een open podium waar een rijkdom aan stemmen niet alleen een publiek vond maar ook elkaars werk ontdekte. Vandaag toert hij met zijn eigen voorstelling over dekolonisatie en een witgewassen wereld – een monoloog die onder andere ontsproot aan zijn tijd op DOK. 

Broedplaats

Mathieu vertelt hoe hij opgroeide in Brugge, in een gezin met een gemengde culturele achtergrond. Zijn vader komt uit Mauritius, zijn moeder is Belgische. Altijd al had hij een voorliefde voor podiumkunsten. Toen hij puber was, stond hij op de planken bij een jongerentheater. Hij trok daarna voor een jaartje naar het RITCS in Brussel, maar belandde uiteindelijk in Gent waar hij Afrikaanse talen en culturen studeerde. Hij blinkt als hij zegt dat hij net vader is geworden van een tweede zoon.

Hoe is Stand & Deliver ontstaan?

‘In 2012 woonde ik samen met Elisabeth Severino Fernandes. Zij was in Antwerpen met “Mama’s Open Mic” begonnen, een platform voor spoken word en open mic. Intussen is het zowat de standaard in België geworden. Zopas wonnen ze zelfs een Ultima! (cultuurprijs, edg) Zij porde mij om in Gent iets gelijkaardigs te doen. Ik woonde toen boven het muzikantenhuis in de Dampoortstraat en vroeg aan de eigenaar of ik eens iets mocht proberen. Stand & Deliver was geboren. Vanaf dan organiseerde ik elke maand een open mic-avond. 

Het was voor mij van in het begin ontzettend belangrijk om te zoeken naar een mooie mix op het podium. Daarmee bedoel ik dat ik een combinatie van beginnende en meer doorgewinterde artiesten wilde. Maar ik wilde ook zorg dragen voor diversiteit in de achtergronden van de gasten. Ik zorgde er bijvoorbeeld altijd voor dat ik op een avond met vier artiesten minimum twee vrouwen programmeerde. Meer vrouwen mocht, maar minder niet. Dezelfde verdeling hanteerde ik wat betreft migratieachtergrond.’ 

Waarom was dat zo belangrijk voor je?

‘Ik wilde voor mijzelf deze oefening in de praktijk maken. Ik had altijd iedereen horen zeggen dat het zo ontzettend moeilijk is om andere stemmen te vinden. In gelijke welke context beweert men dat, of het nu gaat om gasten in praatprogramma’s of experten over bepaalde thema’s. In het programmeren van artiesten voor Stand & Deliver wilde ik alvast tonen dat het kon. Tegelijk kaartte ik er ook de zichtbare machtsverhoudingen in de samenleving mee aan. Kijk naar eender welk panel: veel kans dat er vooral witte mannen vanaf een zekere leeftijd zitten. De witte, hoogopgeleide man is meestal erg zichtbaar, maar er zijn ook andere stemmen die die specifieke posities kunnen vertolken.’ 

Is het juist om te zeggen dat jij met Stand & Deliver hebt gewerkt aan een broedplaats voor diversiteit?

‘Het was zeker niet de bedoeling om iets kunstmatig op poten te zetten. Eerder wou ik dingen en mensen zichtbaar maken. Bij de meeste stand-up- of spoken-word-platforms had je een verdeling van ongeveer 70 procent witte mannen, 20 procent vrouwen en 10 procent mensen met een migratieachtergrond. Die representatie op het podium schept de indruk dat dit een afspiegeling is van de samenleving. Maar dat is niet zo en dat wou ik zichtbaar maken.’

Stand & Deliver – Open Mic op DOK

Hoe komt het dat die andere stemmen zo moeilijk worden opgepikt?

‘Als je probeert verder te kijken dan “de witte mannen”, wordt er direct met kwaliteitscriteria geschermd. Zal het wel kwalitatief genoeg zijn als iemand met een migratieachtergrond op het podium staat? Maar evengoed binnen werkcontexten is dat zo. Zal die persoon de taal wel goed genoeg kunnen? Zouden we niet beter iemand aannemen die een diepe kennis heeft van onze cultuur? Ook over vrouwen zijn er hardnekkige stereotypen: zal die niet te emotioneel reageren op zaken? Etcetera. Als witte mannen een rol opnemen, is dat zogenaamd vanuit een expertise: ze zijn nuchter en neutraal. Alleen klopt dit op verschillende manieren niet met de realiteit. Witte mannen kunnen ook emotioneel zijn en andere stemmen kunnen evengoed nuchter en neutraal standpunten opnemen – waarmee ik trouwens zeker niet wil zeggen dat nuchter en neutraal zijn een vereiste is in een debat. Ik ben voorstander van emotionaliteit, iemands boodschap en legitimiteit wordt er wat mij betreft niet door in het gedrang gebracht. We hebben allemaal een blik en een bagage die onze kijk op de wereld beïnvloedt. Ik ben geen fan van het neutraliteitsprincipe.’ 


Uitsluiting is slecht voor het klimaat

Je neemt het evengoed op voor vrouwen als voor mensen met een migratieachtergrond. 

‘Absoluut. Er stond onlangs een interessant onderzoek over gender in de krant. Het ging erom dat mannen, als ze bijvoorbeeld voor een panelgesprek gevraagd worden, makkelijk ja zullen zeggen, ook al hebben ze niet echt veel expertise over het onderwerp. Vrouwen daarentegen zullen eerder nee zeggen, ook al hadden ze misschien net een erg interessant perspectief op de zaak te brengen. Zoiets toont aan hoe diep de patronen ingebakken zitten. Niet alleen op het vlak van afkomst, ook op het vlak van man-vrouwverhoudingen vertrekken we in onze samenleving van ongelijkheid, ook al beweren we graag dat dat niet zo is.’

Zijn de dynamieken van uitsluiting hetzelfde?

‘Ja. Er is meestal één groep die buiten schot blijft. Zelf werk ik vanuit een intersectioneel kader. Bijvoorbeeld als het gaat om migratieachtergrond, heb je binnen die groep mannen, vrouwen en non-binaire personen. Die zullen elk met andere dynamieken van uitsluiting te maken hebben. Een vrouw met een migratieachtergrond zal niet alleen met racisme te maken krijgen maar ook met seksisme bijvoorbeeld. Voor een non-binaire persoon kan er ook nog eens homofobie of transfobie bijkomen. Ook witte mannen kunnen omwille van hun geaardheid bijvoorbeeld uitgesloten worden. En in die uitsluitingen is er een soort van hiërarchie vast te stellen. De categorie die amper drempels of uitsluiting tegenkomt, is meestal de witte heteroman die geen handicap en al een zekere leeftijd heeft.’

En vooral vanuit die groep is er overal representatie te zien.

‘Juist, en dat is eigenlijk absurd, want in de praktijk gaat het daarbij namelijk over een kleine groep mensen in de samenleving. Dat kan je geen representatie noemen.’ 

Zie je daar ook een verband met duurzaamheid?

‘Sowieso. Er is bijvoorbeeld ook speciësisme: de tendens om dieren niet op een correcte manier te behandelen en ook hen te discrimineren en te “racialiseren” (bij racialisering worden buitenstaanders niet per se als “ras” gezien, maar wordt er op dezelfde manier over ze gesproken: als een herkenbare groep die specifieke, onveranderlijke en natuurlijke eigenschappen wordt toegedicht en die als inferieur geldt, edg – bron: De Volkskrant) Dieren worden vaak puur als producten beschouwd. In een duurzame samenleving worden ook zij gelijkwaardig behandeld. Even een zijsprong: doorheen de geschiedenis werden bepaalde groepen mensen dezelfde status als dieren toegewezen, of een lagere status. Ook vandaag gebeurt dat. Merk bijvoorbeeld op hoe asielzoekers vaak als ratten of kakkerlakken worden weggezet. Ze worden ontmenselijkt en een trapje lager gezet. 

Maar dit werkt ook op globaal niveau door. Als we zorg willen dragen voor een duurzame samenleving, moeten we ons ook bewust zijn van globale uitsluitingsmechanismen. Zo moet je je als veganist bijvoorbeeld ook bewust zijn van het feit dat avocado’s en quinoa van plekken in de wereld komen waar niet alleen de natuur wordt vernield maar waar mensen worden onderdrukt om ons van voeding te kunnen voorzien.’ 

Als we hier op een meer respectvolle manier omgaan met alles en iedereen rondom ons, leggen we een basis voor meer respectvol omgaan met mens en natuur op planetair gebied.

(knikt) ‘Ik heb onlangs deelgenomen aan een traject van de stad Gent over dekolonisatie. Het ging in eerste instantie over het herbekijken van straatnamen en de omgang met het koloniale verleden. Maar al snel ging het ook over heel andere dingen. Je moet bijvoorbeeld je partnerschappen met bedrijven in andere landen ook tegen het licht durven houden. Worden er mensen uitgebuit via de partnerschappen die wij als stad en als overheid aangaan? We zouden in de toekomst contracten kunnen onderhandelen waarbij er clausules worden toegevoegd dat mensen een eerlijk loon moeten krijgen en dat er geen nefaste extractie van grondstoffen mag plaatsgrijpen. Dan kan je bijvoorbeeld al niet met Coca-Cola werken. Wat te denken van alle frisdrankautomaten in overheidsgebouwen en in scholen? Kunnen die daar dan wel blijven staan? En kunnen we in overheidsinstellingen en scholen bijvoorbeeld veganistische maaltijden aanbieden die zoveel mogelijk met lokale ingrediënten gemaakt zijn? Etcetera.’

Superdiversiteit

Heeft jouw DOK-tijd een versnelling in je projecten teweeg gebracht?

‘Wat erg fijn was aan starten op DOK was dat we ineens een nieuw publiek konden bereiken. Dat was belangrijk voor Stand & Deliver maar ook voor mijn eigen werk als maker. Vandaag toer ik met mijn eigen monoloog. Op DOK probeerde ik de eerste stukken daarvan uit voor een publiek. Het was echt een plek om volop te testen en te experimenteren. Er ontstonden nieuwe contacten en nieuwe vriendschappen. Ik programmeerde in de DOK-jaren veel nieuwe namen, mensen die ik zelf ook nog niet goed kende. Het was erg voedend voor mij als mens en als maker om hen aan het werk te zien.’ 

Is je evolutie als maker beïnvloed door je DOK-tijd?

‘Toch wel, in die zin dat het een plek was waar Stand & Deliver kon bloeien en dus ook mijn eigen werk als maker er kon groeien. Maar er was ook veel uitwisseling. Ik heb er veel interessante gesprekken gevoerd, bijvoorbeeld met Liesbeth (coördinator van DOK, edg) over diversiteit en superdiversiteit maar ook met vrijwilligers op DOK.’

Even tussendoor, wat moeten we verstaan onder superdiversiteit?

‘Het is een handige term om te duiden dat er een gigantische diversiteit is in onze samenleving en dat die complex in elkaar zit. Het gaat over meer dan gender en afkomst. In een stad als Gent of Brussel heb je mensen met een migratieachtergrond in eerste generatie maar ook in tweede of derde generatie, dat zijn andere situaties. Er zijn ook nog eens verschillende achtergronden, klassen en opleidingen. Feitelijk is het een term om aan te duiden dat onze samenleving vandaag ingewikkeld in elkaar zit. En dat die gewoon superdivers is in de praktijk. Als je dan ziet dat die demografische superdiversiteit niet aanwezig is in onze overheden en instituten, dan weet je dat er iets niet klopt.’

Liesbeth zei in een vorig interview: het is simpel, we moeten gewoon plaatsmaken.

‘In de praktijk is het natuurlijk niet simpel. Als er geen middelen zijn om functies bij te creëren, dan moet je proberen om je bestaande functies anders in te vullen. Naar mijn mening kan je vandaag, als je je organisatie op een gezonde manier de 21ste eeuw in wil loodsen, niet voorbij aan de diversiteit in onze samenleving. Als iemand je organisatie verlaat, zou je ervoor kunnen kiezen om die plaats te laten invullen door iemand met een migratieachtergrond. Dat is niet wat er vandaag gebeurt. Er is een reflex om mensen aan te trekken die lijken op jezelf. Het is vaak een onbewuste dynamiek: ik zal die persoon aannemen in wie ik mij herken want ik zal connecties met hem of haar hebben, ik zal er een pint mee kunnen pakken, etcetera. Op die manier laat je eigenlijk sterke profielen en interessante mensen liggen.’ 

Stand & Deliver – Open Mic op DOK

Dit soort aanpak maakt waarschijnlijk heel wat mensen nerveus.

‘Angstig, zelfs. Er zijn grote twijfels. Brengen mensen met een migratieachtergrond wel de juiste expertise en voldoende kwaliteit mee? Zijn ze wel in staat om deze functie in te vullen? Dat is gek want die vragen worden nooit gesteld aan de mensen van wie het vanzelfsprekend is dat die worden aangenomen.’

Thuis

Jij vertelt dit alles met een enorme sereniteit en vanuit een positieve instelling. Komt er ook een stukje persoonlijke pijn bij kijken?

‘Ik ben natuurlijk zelf opgegroeid in een samenleving waarin ik als anders werd bekeken. Het is pijnlijk om te voelen dat jij en de mensen die je dierbaar zijn, niet welkom zijn. Dat kan zich op allerlei manieren manifesteren: in de klas maar ook op straat, bijvoorbeeld. Stel je voor dat je met je vrienden op stap bent en jij bent de enige van het gezelschap die keer op keer door de politie wordt tegengehouden om je paspoort te tonen. 

De publieke ruimte is niet voor iedereen op dezelfde manier toegankelijk. Sommigen moeten er rekening mee houden dat ze zich in de publieke ruimte zullen begeven en misschien signalen zullen krijgen dat ze er minder thuishoren dan anderen.’

Die ruimte is niet voor iedereen een vrije plek om in te bewegen?

‘Inderdaad. Als je bepaalde uiterlijke kenmerken hebt, maak je meer kans om etnisch geprofileerd te worden. Als je toevallig lijkt op iemand die eerder op de dag een misdaad heeft gepleegd, is dat voldoende om te worden opgepakt. Als een witte persoon een misdaad heeft begaan, zullen ze niet willekeurig een wit iemand op straat aanhouden omdat die wit is. Bij “mensen van kleur” is dat wel vaak zo. Dan komt er nog eens bij dat veel witte mensen zwarte mensen niet van elkaar kunnen onderscheiden. Dat geldt trouwens ook voor mensen uit Aziatische regio’s. Dus nee: de publieke ruimte is niet noodzakelijk een veilige ruimte voor iedereen. 

Ook als je naar gender kijkt, is het opvallend dat die ruimte niet voor iedereen even vriendelijk is. Een eenvoudig voorbeeld van fysieke aard: voor mannen is het gemakkelijker dan voor vrouwen om zich lange tijd in de publieke ruimte te begeven want er zijn overal urinoirs te vinden. Vrouwen moeten zich in bochten wringen om aan een simpele basisbehoefte te kunnen voldoen. Zo zijn er nog veel voorbeelden.’

Ben je optimistisch over de toekomst?

(lacht) Ik moet wel, ik heb nu twee zonen. Ik maak er mij geen illusies over dat al deze zaken in mijn leven zullen worden opgelost. Maar ik handel wel vanuit een gevoel van urgentie. Het is noodzakelijk dat we anders omgaan met diversiteit en ik wil mijn steentje daartoe bijdragen. (denkt even na) Ik pieker soms wel over bepaalde dingen. Wat zal ik doen als er op de school van mijn kinderen een sint met zwarte pieten langskomt? Hoe zal het voor mijn kinderen zijn als ze merken dat ze anders worden behandeld? Of dat hun moeder anders behandeld wordt? Mijn partner moet telkens opnieuw vaststellen dat mensen ervan uit gaan dat ze niet goed Nederlands spreekt omdat ze een donkere huidskleur heeft. Ook als de opmerkingen goedbedoeld zijn, doen ze pijn: Amai, jij spreekt goed Nederlands. Terwijl ze geboren en getogen is in Gent. Die dingen hebben impact. Mijn kinderen zullen zien dat hun ouders anders worden behandeld dan andere burgers.’ 

Zijn er eigenlijk inspirerende praktijken op het vlak van een goed functionerende superdiverse samenleving?

‘Amper. De representatie en aanwezigheid van mensen met migratieachtergrond in organisaties schiet overal tekort. In mijn eigen werkomgeving, het Minderhedenforum, is er nu wel een mooie verdeling op dat vlak. Het zou natuurlijk ook absurd zijn als dat niet zo was. Maar dan zie je bijvoorbeeld wel een genderongelijkheid in de samenstelling van onze raad van bestuur. Ook dat is niet ideaal. Wat ik wel merk, is dat er vandaag veel mensen bezig zijn met denkoefeningen.’

Doet Gent veel inspanningen?

‘Er is alleszins een beweging aan de hand. Er zijn mensen die trachten om dingen te veranderen. Dat vind ik zeker positief. Alleen kan je je natuurlijk afvragen of we op een duurzame manier kunnen werken als je weet dat er bij de volgende verkiezingen allerlei zaken herschud kunnen worden en bepaalde bewegingen misschien weer worden stopgezet. Maar kom, laat ons toch maar zeggen dat stad Gent de goede richting opgaat.’

Ontlading

Wat was er bijzonder aan DOK als je er nu op terugkijkt?

‘De plek zelf was om te beginnen al bijzonder. Het was een vrijplaats buiten de stad die toch op wandelafstand van het station lag. We konden vlot mensen uit andere steden ontvangen voor onze programma’s. Maar er was ook een bijzondere atmosfeer om dingen te doen en uit te proberen. Ik heb er onder meer een voorronde van het Belgisch kampioenschap Slampoëzie georganiseerd en ook avonden over bijvoorbeeld Afrofuturisme. De ene avond zat het vol, de andere was er maar een man of tien. Maar dat was niet erg.’ 

Na de DOK-jaren is Stand & Deliver opgehouden te bestaan.

‘Laat ons zeggen dat de pauzeknop is ingedrukt. Ik werd voor het eerst vader en mijn eigen artistieke werk begon te lopen. Daarnaast ben ik ook druk bezig met mijn job bij het Minderhedenforum. Mijn agenda zit momenteel dus goed vol. Maar ik sluit niet uit dat Stand & Deliver op een zeker moment weer een podium wordt voor nieuw talent.

Ook DOK bestaat niet meer vandaag. Wat zijn we daardoor kwijt in de stad?

‘De ruimte, natuurlijk, en de unieke combinatie van mensen die zich thuis voelden op DOK. Voor mij was de vrijheid die er heerste belangrijk. (denkt even na) Naast de dingen die ik er zelf organiseerde, heb ik ook heel wat meegepikt van de rest van het programma. Daar waren vaak erg interessante dingen bij. De DOK-zondagen waren uitzonderlijke ontmoetingsmomenten, er gingen ook straffe concerten door van Democrazy en Relaas zat er een tijdje (vertelavonden met bijzondere, waargebeurde verhalen, edg). Ik beleefde er veel memorabele momenten.’ 

Ook ontroerende momenten?

‘Er waren toch een paar avonden van Stand & Deliver waarop er een bijzondere energie in de ruimte hing. Avonden waarop je voelde dat er een verbondenheid was. Niet alleen met de persoon op het podium maar ook tussen de mensen in het publiek. Sommige avonden vloeiden de verschillende performances in elkaar over om op te bouwen naar een soort climax waarbij je echt een deugddoende ontlading kon voelen onder de aanwezigen. Dat ontroerde mij wel. Als ik dan ook nog eens zag dat mensen nadien bleven babbelen en dat er nieuwe connecties werden gelegd, dan was ik echt gelukkig. (denkt even na)

Maar ik heb in DOK ook een omgeving kunnen creëren waar artiesten zich thuis konden voelen en het beste van zichzelf geven. Ik kreeg achteraf vaak de feedback van hen dat ze zich echt goed hadden gevoeld op DOK.’

Zeg het eens

Waarover gaat de voorstelling die je nu aan het spelen bent?

‘Mijn monoloog gaat over een personage die in een droom de opdracht krijgt om een mixtape te maken voor Frantz Fanon. Hij ontdekt het werk van die man, een filosoof uit de vorige eeuw die belangrijke werken heeft geschreven over de machtsdynamieken van kolonisatie. Mijn personage ontdekt dat die dynamieken niet iets uit het verleden zijn: ze zorgen ook vandaag nog steeds voor uitsluiting. Hij geeft op die manier een stand van zaken over de wereld van vandaag.’ 

Mathieu Charles tijdens WIPCOOP met zijn eigen voorstelling ‘Fanon Mixtape’ © Karolina Maruszak

Ik las ook iets over machtsdynamieken in taal. Vertel daar eens meer over.

‘In Vlaanderen zijn Nederlands en Engels de talen van de macht. De achtergrond van iemand komt er nog eens bij als extra gewicht. Zo zal een expat die Engels spreekt als meer waardevol worden geacht dan een vluchteling die Engels spreekt. 

In de scholen hebben er zich de voorbije jaren veel debatten afgespeeld over thuistalen. Het belang van Nederlands als thuistaal wordt daarbij telkens zwaar verdedigd. Maar als je spreekt over een superdiverse samenleving waarbij er thuis talen worden gesproken die grote talen zijn in de wereld, bijvoorbeeld Arabisch of Turks, is het toch ook wel vreemd dat die talen volledig geweerd worden in onze scholen. Voor mij is dat ook een vorm van uitsluiting. En het aangeven aan kinderen dat hun thuistaal minderwaardig is, zadelt hen op met de boodschap dat er voor een deel van hun identiteit geen plaats is op de plek waar ze leven. Dat is erg kwalijk. Het is toch vreemd dat Europese talen als superieur worden gezien tegenover niet-Europese talen. Waarom worden jongeren gestimuleerd om Spaans te studeren in Zuid-Amerika en niet Turks in Turkije?’

Taalgebruik is niet onschuldig?

‘Zeker niet. Machtsdynamieken zitten diep in de taal verankerd. De oorspronkelijke woordenboeken zijn samengesteld door witte mannen die toen bepaald hebben welke woorden belangrijk waren. Dit gebeurde trouwens in een periode waarin kolonisatie bon ton was. Heel veel woorden zijn gericht op het anders benoemen van andere mensen. Of om weer naar gender te kijken: neem nu de woorden “jongen” en “meisje”. Meisje is een verkleinwoord. Dat zijn schijnbaar onschuldige dingen maar in dat woord zit eigenlijk onderdrukking of een blijk van minderwaardigheid vervat. Onze taal bevat allerlei codes die uitsluiting in de hand werken.’

Denk je dat er een ruimer bewustzijn rond deze thema’s aan het ontstaan is?

‘Er zijn in elk geval meer en meer mensen bezig met deze thema’s, dat stemt mij al hoopvol. Er worden meer discussies en debatten gevoerd, bijvoorbeeld over het koloniale verleden van ons land en over kolonisatie in het algemeen. Dus ja, er is een beweging aan de gang maar het is niet iets dat al in de mainstream wordt opgepikt. Als je kijkt naar wat er in Europa wel in de mainstream belandt, is dat net het omgekeerde: een xenofoob dominant rechts discours. Dat is nefast voor onze samenleving én voor het klimaat. Maar ik probeer mij te focussen op de mensen die met warme en duurzame initiatieven bezig zijn. Ik denk dat het met die relatief kleine groep mensen is dat we in eerste instantie vooruit moeten.’ 

Zie je dat als één groep van mensen die op dezelfde lijn zitten?

‘Zeker niet. Integendeel, ook aan de linkerkant is racisme bijvoorbeeld een groot probleem. We mogen niet bang zijn om de wrijvingen en spanningen die er zijn te adresseren. Ik zie vaak dat er rond thema’s als racisme een grote verkramping is in bepaalde linkse groeperingen. Dat zijn zaken die op tafel moeten komen. Anders kunnen we nooit een sterke beweging op gang brengen. En intussen is men aan de rechterzijde wél goed verenigd achter één bepaald beeld van hoe de wereld er uit moet zien. 

Begrijp mij niet verkeerd: ik ben niet pessimistisch. Al is het wel zo dat ik realistisch genoeg ben om te beseffen dat de grote kenteringen er niet meer in mijn leven zullen komen. Maar dat neemt niet weg dat we er vandaag rond moeten werken.’

Dat langetermijnperspectief is wat er vandaag pijnlijk lijkt te ontbreken op veel vlakken.

‘Tijd is een interessant gegeven. Op dit moment doe ik er onderzoek naar in het kader van mijn nieuwe voorstelling. Hoe wij tijd ervaren, is een constructie. Wij volgen de Gregoriaanse kalender waarin er gewerkt wordt met seconden, minuten, dagen etcetera. Die kalender plaatst ons op dit moment in de 21ste eeuw. Maar er is ook een Chinese kalender, een Ethiopische, een Arabische enzovoort. Dat zijn even legitieme tijdsmetingen.

We spreken van verleden, heden en toekomst. Het verleden is dan iets wat zogezegd voorbij is. Maar neem nu zoiets als kolonisatie, dat werkt vandaag nog steeds sterk door in de samenleving. Dat is dus eigenlijk niet iets uit het verleden maar van vandaag. Het verleden als concept creëert heel wat blinde vlekken.’ 

Bedoel je dat er ook hier uitsluitingsdynamieken aan de hand zijn?

(knikt) ‘Kijk naar de geschiedenis zoals wij die aanbieden aan onze leerlingen. Wat is een “moderne” beschaving? Was de beschaving die eraan vooraf ging dan minder waard?

Of soms zie je op het nieuws een item over een nieuwe stam die ergens ontdekt is. Dat wordt dan een “primitieve” stam genoemd. Maar wat betekent dat? Door een stam als primitief te benoemen, zet je die in het verleden en druk je er een waardeoordeel over uit. 

Die mensen leven vandaag met hun eigen technologie en levenswijze, op zich is het dus een moderne beschaving. Een speciale jachtmethode is evengoed een technologie.’

Is het opleggen van tijd een machtsdynamiek?

‘Ja, niet alleen in strategieën van kolonisatie maar ook om het kapitalisme verder te doen groeien. Mensen moeten zich aan de klok houden, een minimum aantal uren per week werken. Je wordt constant in een tijdskader gedrukt. Op dit moment probeer ik daar een paar dingen rond te onderzoeken: hoe kan je die dynamiek ontmantelen? Kan je tijd benaderen als iets dat niet is afgebakend maar als een open concept? Een zee van tijd, zeg maar.’ 

Je bent nog even zoet.

‘En er zijn nog heel wat andere thema’s die ik ook wil verkennen. Ik wil bijvoorbeeld onderzoeken hoe dynamieken van uitsluiting ook terug te vinden zijn in genres zoals science fiction en horror. Dat zijn genres die toch voornamelijk als wit worden gepercipieerd. Ik wil er narratieven van mensen van kleur binnenbrengen. Ja, ik ben nog wel even zoet.’ (lacht) 

Mathieu Charles (1984) is schrijver en performancekunstenaar. Hij bouwt sinds 2000 zijn praktijk uit met rap, hiphop, spoken word en theater. Zijn open-mic-platform Stand & Deliver zorgde van 2015 tot 2018 voor een stevige dosis slam/poëzie, comedy en muziek op DOK. Momenteel toert Mathieu met zijn solovoorstelling ‘Fanon Mixtape’, een spoken performance waarbij hij zich laat leiden door Frantz Fanon, een Frans-Martinikaanse filosoof en vrijheidsstrijder. Mathieu is als medewerker Cultuur, Jeugdwerk, Sport en Media verbonden aan het Minderhedenforum. Hij geeft ook lezingen en schrijft artikels en recensies voor het tijdschrift rekto:verso.

Lees ook DOKstory #1 Liesbeth Vlerick en DOKstory #2 Elina Bennetsen/ YAKU in gesprek met Eva De Groote.