DOKstory #4 – Anthony Bosschem in gesprek met Eva De Groote

Op zoek naar hoop? Spreek eens met iemand.

Leestijd: 22 minuten
coverfoto: © Eric De Mildt

Toen Anthony Bosschem achttien was, ging hij van school af zonder diploma maar met een strak plan. Hij zou in een recordtempo een bedrijf opzetten, het vervolgens verkopen wanneer het succesvol was en met die winst interessante mensen betalen om hem privéles te geven. Een goeie tien jaar later heeft Anthony de pijnlijke stopzetting van zijn tweede bedrijf achter de rug. Zijn kompaan Tom Mahy heeft net een dochter gekregen en ook voor Anthony is er eentje onderweg. Ze kijken naar de wereld rondom zich en zien een omgeving die anders is dan die waarin ze hun dochters graag zouden zien opgroeien. Er ontstaat een idee: als we nu eens mensen zouden portretteren die iets proberen te doen aan de grote problemen van deze tijd. Zwijgen is geen optie was geboren en nam een paar maanden later zijn intrek op DOK. 

Vandaag zijn we drie jaar later. DOK bestaat niet langer maar Zwijgen is geen optie bloeit. Die privélessen waar Anthony naar hunkerde zijn er niet gekomen. Of toch wel, maar in een heel andere vorm dan gepland. In de studio van Zwijgen is geen optie ontvangt Anthony wekelijks een gast voor een goed gesprek. Intussen zijn er al meer dan honderd mensen gepasseerd. Ze vertellen over wat hen bezighoudt en over de grote of kleine dingen die ze proberen te ondernemen. Niet alleen Anthony’s verlangen naar hoop wordt op die manier gevoed, ook die van de 17.000 mensen die intussen de community vormen van Zwijgen is geen optie.

Twijfelen is toegestaan

Ik heb zopas jullie eerste publicatie gelezen. Daarin ben je heel openlijk over de minderwaardigheidscomplexen waar je mee hebt gekampt. Dat zijn dingen die we weinig zien in de media.

‘Het zijn steevast de overtuigde mensen die een stem krijgen in de media, dat is waar. Als je praat, moet je zeker zijn van wat je zegt. Wij wilden graag met iets anders experimenteren. Je zegt iets en kijkt hoe het valt bij je gesprekspartner. Er mag getwijfeld worden. Je onderzoekt de dingen samen in een gesprek. Je vormt je taal immers niet in je eentje in je hoofd. Je vormt je taal door te praten met iemand anders. Zwijgen is geen optie is geen oproep om ergens op een omgekeerde zeepkist te staan en te roepen wat je vindt van de wereld. Zwijgen is geen optie is een uitnodiging om te praten. Zodra de ene iets vraagt, is dat een uitnodiging voor de ander om te antwoorden. Vandaag lijkt het soms alsof je alleen maar mag praten als je heel zeker bent van iets.’

Denk je dat we daardoor een verarming van het debat krijgen?

‘Onlangs was Rachida Lamrabet op bezoek (schrijfster en juriste, zij kwam uitgebreid in de media omwille van haar ontslag bij het gelijkekansencentrum Unia, edg). Tijdens het gesprek hadden we het onder meer over hoofddoeken. Daarna hadden we een nagesprek met enkele mensen van de community. Ik vond het heel bijzonder om te zien hoe mensen hun stille overtuigingen voor of tegen durfden te uiten. En hoe er niet meteen bovenop werd gesprongen door zij die het oneens waren met wat er werd geuit. We legden de verschillende standpunten als het ware in het midden van de tafel en konden die samen langs alle kanten bekijken.’ 

Sereen en rustig iets vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Is dat in deze tijd eerder iets uitzonderlijks geworden?

‘Zelf zie ik wat wij doen als een zoektocht naar taal. Hoe verwoorden we wat we vinden of voelen? Welke taal kunnen we vinden die mensen verbindt? Bijvoorbeeld als het over hoofddoeken gaat: hoe beargumenteren we dat? Welke argumenten heb ik daar zelf voor? Wat is voor mij doorslaggevend? Voor mij zijn de gesprekken als het ware experimenten. Ik zeg dit. Wat vind jij daarvan? Misschien zal ik mijn mening herzien op basis van jouw argumenten. Misschien zal ik in een gesprek met iemand anders bepaalde woorden van jou in gebruik nemen. (leunt even achterover) Dit vind ik nu zo’n mooi beeld: twee mensen zitten aan tafel en hebben een gesprek. Je zoomt uit en dan zie je dat er nog meer tafels met gesprekken zijn, en nog meer. Overal zijn mensen dingen aan het uitproberen in gesprekken. Er wordt gepraat.’

Denk je dat we voor alle prangende thema’s waarmee we vandaag geconfronteerd worden nieuwe woorden nodig hebben?

‘Toch voor heel wat thema’s. Neem nu mensenrechten. We weten vandaag niet meer goed hoe we mensenrechten moeten verdedigen als ze worden aangevallen, bijvoorbeeld vanuit de rechterzijde. De argumenten vanuit de linkerzijde blijven steken in verontwaardiging en bepaalde boutades. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor subsidies voor de kunsten. Er zijn heel weinig mensen die vandaag nog de taal hebben om uit te leggen waarom subsidies voor de kunsten belangrijk zijn. Misschien komt dat doordat we dat ook lange tijd niet hebben moeten verdedigen. Nu de tijdgeest is veranderd, is dat wel nodig. Iets wat verworven leek, wordt aangevallen en we hebben niet de woorden klaar zitten om de verdediging op te nemen. Boeiend wel om naar die woorden op zoek te gaan.’ 

Ben je op missie tegen polarisatie?

‘In onze communicatie zeggen we dat we een steentje willen bijdragen tegen polarisatie maar als je over een missie spreekt, zou ik het misschien eerder  een kruistocht tegen cynisme noemen. Ik denk trouwens dat polarisatie veeleer een gevolg is van cynisme dan omgekeerd.’ 

Een fijn leven

Als ik naar de thema’s kijk die aan bod komen, lijken jullie duurzaamheid in zijn breedste zin te coveren: van anders omgaan met voedsel en grondstoffen tot sociale rechtvaardigheid. 

‘Ik hou niet zo van die categorisering. Het gaat om mensen eerder dan over thema’s. Mensen die praten met andere mensen. We zijn natuurlijk wel kinderen van onze tijd. Alles wat er vandaag gebeurt in de wereld duikt rechtstreeks of onrechtstreeks op in de gesprekken die we voeren. In die zin zal duurzaamheid vaak opduiken.’

Duurzaamheid is een evidentie?

‘Ja, maar het is een term waarin je zo goed als alles kan onderbrengen als je die breed genoeg opentrekt. Hoe je omgaat met grondstoffen kan bijvoorbeeld ook gaan over persoonlijke ontwikkeling. Hoe ga je om met je eigen energie op een duurzame manier?
Voor een term als ongelijkheid geldt dat ook, denk ik. Als je ruim over ongelijkheid nadenkt, komen heel wat thema’s mee in het plaatje.’  

Men spreekt over digital natives, zij die geboren zijn in een tijd waar digitale technologie overal is. Misschien kan je ook spreken over …

‘ … duurzaamheidsnatives! Vanavond spreek ik met Marian Donner. Zij heeft echt een cool boek geschreven (schuift het over de tafel:  Zelfverwoestingsboek, waarom we meer moeten stinken, drinken, bloeden, branden en dansen). Ze heeft het over het feit dat in het duurzaamheidsdenken de verantwoordelijkheid voor heel wat problemen sterk bij het individu wordt gelegd. Volgens haar staat dit niet in verhouding  tot de grootorde van de problemen noch tot de schuld die er ligt op individueel vlak. Haar stelling is dat die problemen niet in de eerste plaats door de burger moeten worden aangepakt. Om iets uit te lokken bij de overheid stelt ze een tegenreactie voor: laat ons ontzettend veel vlees eten en zo weinig mogelijk energiezuinig zijn. Misschien dat er dan een reactie komt van bovenhand. Alweer een gesprek om naar uit te kijken dus.’

Een half jaar geleden organiseerden jullie een soiree met vijfhonderd mensen van de community. Je zei toen dat het er niet makkelijker op wordt om hoopvol te zijn. Hoe is intussen met je hoop gesteld?

‘Beter, toen ook al trouwens. Door het op dat moment uit te spreken en te delen, was het al beter. Ik moet denken aan het gesprek met Dalilla Hermans (Belgische opiniemaakster en schrijfster, edg). Op een bepaalde moment besliste ze: ik ga vanaf nu mijn leven niet meer laten samenvallen met de strijd tegen racisme, ik wil ook gewoon een fijn leven hebben. Ze maakte een theaterstuk en een boek: Het laatste wat ik nog wil zeggen over racisme (2020). Haar statement bleef bij me hangen. Ik besliste om ook niet meer elke dag al die verschillende strijden aan te gaan, om die gevechten niet langer te zien als mijn ultieme verantwoordelijkheid. Ook ik wil gewoon een fijn leven hebben. En het mag plezant zijn. (denkt even na) Ik denk dat we intussen misschien ook al geleerd hebben om een beetje minder ambitieus te zijn.’

Zo lijkt het niet van buitenaf.

‘Maar toch. Neem nu die soiree die we organiseerden. Het was een avond voor meer dan vijfhonderd mensen. Dat was erg fijn maar de inspanningen die we ervoor deden, stonden niet in verhouding met het resultaat. Dan heb ik veel meer voldoening van een intiem gesprek met iemand in de studio.

Dat schrijven daarentegen, daar heb ik heel veel deugd van gehad. Dat is dan weer iets dat wel naar meer smaakt. Wat ik plezant vind om te doen, is een parameter geworden om paden te kiezen. Vroeger was dat minder zo. Dan handelde ik eerder vanuit dat gevoel van die verantwoordelijkheid die ik moest nemen.’ 

Misschien heb je voor een stuk komaf kunnen maken met dat minderwaardigheidsgevoel?

‘Dat is een eeuwige strijd, denk ik. Maar het is er een die niet alleen van mij is. Dat weet ik intussen. “Mag ik hier zijn? Welk recht heb ik om hier te zijn?” In de gesprekken heb ik ontdekt dat deze vragen veel mensen bezighouden.’

Ook de mensen die bij jullie een forum krijgen?

(knikt) ‘Ik moet denken aan een ontmoeting die ik een tijd terug had met iemand die Zwijgen is geen optie volgt. Ze zei: “Ik kijk graag naar jullie gesprekken maar ik voel me er soms wel klein door. Het zijn allemaal helden, die mensen waar jullie mee spreken. Wat beteken ik daarnaast met mijn bescheiden stadslandbouwproject? Dat is toch niet genoeg?” Zoiets houdt me bezig. Het is iets problematisch aan ons format. Door mensen aan tafel te brengen voor een gesprek en hen daarbij verzorgd in beeld te brengen, lijk je een hiërarchie te installeren. Dat kan het effect creëren dat die persoon die geïnterviewd wordt er mag zijn, in tegenstelling tot jou. Soms denk ik dat we iedereen aan die tafel zouden moeten kunnen krijgen. Dit ben jij. Dit is hoe cool jij bent.’  

Spreek je daarom elke kijker of luisteraar in de nieuwsbrief aan met ‘Lieve Held’.

‘Ja! Je ziet het niet in jezelf. Het voelt altijd alsof je te weinig doet. Maar het is niet te weinig.

Let op. We krijgen veel reacties op die aanspreking. Er zijn ook heel wat mensen die liever niet zo willen genoemd worden. Die vinden dat “held” een te groot woord voor hen is. Ze hebben het gevoel dat ze niet kunnen beantwoorden aan die aanspreking, terwijl dat voor ons niet de bedoeling is. Wij brengen mensen voor de camera en we zijn vaak onder de indruk van hun verhaal. Soms zeggen Tom en ik achteraf: “waw, dat is echt een schone mens.” Maar die mensen die niet voor de camera komen en de tijd nemen om te kijken naar die andere mens, zijn voor ons evengoed helden.’  

Anthony Bossem, mede-oprichter Zwijgen is geen Optie © Eric de Mildt

Zwijgen is geen optie heeft dus niet als bedoeling om de geïnterviewden op een voetstuk te zetten maar eerder om iedereen te waarderen die de moeite doet om te kijken of te luisteren?

‘Klopt, en we willen tonen dat diegenen die geïnterviewd worden even hard twijfelen aan dingen als de rest van ons. Maar de kracht van esthetiek is groot. Door iets te capteren, grijp je in en breng je als het ware een rangorde aan: die persoon is de moeite om op een podium te brengen en die niet. Daarom is voor ons een aanspreking als “Lieve Held” belangrijk, om dat effect tegen te gaan. Ook mijn eigen verhaal dat ik neerschreef in onze eerste publicatie is daarom belangrijk. Het is een verhaal vol zoeken en twijfelen.’

Een genereuze vrijplaats

Je stelt je in de gesprekken heel nederig en vooral erg nieuwsgierig op. Dat staat in schril contrast met de aanpak van veel journalisten, die vaak bijna op het agressieve af is. 

‘Het is natuurlijk zo dat wij een ander doel dienen. Wij zijn geen journalistiek platform. Ik noem het trouwens ook liever gesprekken dan interviews. Mochten wij de waarheid boven water moeten halen, dan is onze methode waarschijnlijk niet geschikt. Onze voorbereiding komt trouwens vaak uit kranten en televisie-interviews, wij worden er dus door gevoed. Maar wat wij doen, is wel anders. Je zou het misschien meer een kunstwerk kunnen noemen, een evoluerend werk waarbij we samen proberen woorden te zoeken. Het publiek en ikzelf zijn deel van die zoektocht en dat werk. 

Het is trouwens fijn om te zien dat het een beweging in twee richtingen wordt: het komt wel eens voor dat de VRT een fragment uit een van onze gesprekken overneemt.’ 

Maar je ziet het niet als journalistiek?

‘Nee. Wij doen niet aan waarheidsvinding. Het is natuurlijk niet dat we fake news verspreiden, maar we zijn op zoek naar iets anders.’

Naar wat?

‘Dat wil ik eigenlijk niet vastleggen. Ik denk niet dat we ooit het eindpunt zullen bereiken als het gaat om thema’s zoals bijvoorbeeld het klimaat. 

En wij hebben het net zo goed vaak over levensvragen. Hoe gaan we om met rouw, met schuldproblemen, met kinderen, met werk? Met het noodlot dat toeslaat?’ 

Een voortdurend onderzoek naar de wereld waarin we leven?

‘Een dialectisch onderzoek. Je vraagt je iets af. Je spreekt erover met iemand. Je probeert iets. Je vraagt je weer iets nieuws af. Voor al die dingen hebben we woorden nodig.’

Zijn jullie ooit begonnen op DOK?

‘Onze eerste interviews hebben we in het KASK (De Koninklijke Academie voor Schone Kunsten die samen met het Conservatorium de school of arts in Gent vormt, red.) gedaan. Daarna hebben we een korte periode nomadisch gewerkt: we gingen van de ene plek naar de andere, interviewden mensen bij hen thuis. Een maand of zes nadat we begonnen, zijn we op DOK geland. Dat was een belangrijk moment voor ons.’

Hoe zijn jullie er verzeild?

‘We zagen een oproep op facebook en meldden ons aan. Het was een vlot en fijn proces. Toen we hen bezochten, ging het niet over allerlei voorwaarden om er te mogen starten maar was alles heel gemoedelijk en praktisch. We kregen een rondleiding en een sleutel.’ 

Hebben jullie in de twee jaar dat jullie DOK-bewoner waren een versnelling genomen?

‘Zeker. Dat eerste jaar was voor mij wel een zware periode. Mijn dochter was toen pas geboren en het was een huilbaby. Die eerste zes maanden was ik er vooral voor de interviews van Zwijgen is geen optie en niet veel anders. Tom volgde wel de meetups en zo.’ 

Jullie hebben in die tijd ook heel wat andere DOK-bewoners geïnterviewd?

‘Dat klopt. Het barstte er dan ook van de boeiende mensen met zotte projecten. Dat zegt iets over de plek die DOK was en over het belang van zo’n plek in de stad. Het was een vruchtbare vrijstaat. Neem nu bijvoorbeeld Paulien Verhaest van Blommm. Vandaag zit ze in een mooi pand met een bloeiende zaak voor ecologische bloemen. In het begin stond zij daar dus op DOK boeketjes te maken vanuit een houten hok. Haar administratie deed ze bij Liesbeth (Vlerick, coördinator van DOK, edg) op het bureau en haar bloemen hield ze fris in een oude bunker op het terrein. Ik denk dat DOK voor Paulien en voor ons, en ook voor vele anderen, veel betekend heeft. De vrijheid die er heerste, was ongelooflijk. Er werd hard gewerkt maar dat was er een plezier.’

De vrijheid was een belangrijk element dat DOK kenmerkte. Wat viel je zo nog op?

‘Hoe er werd omgegaan met geld. Je moest niet betalen om er te zitten. Dat maakte dat er een heel andere verhouding was tussen ons en de plek, en ook tussen DOK-bewoners onderling. Dat hebben we op die manier niet op andere plekken meegemaakt.

Het ging ook verder dan het feit dat we niet moesten betalen. De projecten die er werden opgezet, moesten ook niet per se een doel hebben. Iets dat je moet halen. Als wij beslisten om na twee weken iets helemaal anders te doen dan wat we eerst hadden gezegd, dan was dat goed voor Liesbeth. Dan keek ze met een frisse blik naar het nieuwe idee dat we hadden. DOK was voor mij gekenmerkt door een enorme vrijgevigheid en een groot vertrouwen. Had Blommm plots grint willen verkopen in de plaats van bloemen, dan was dat ook goed geweest.’ 

Op de meeste plaatsen moeten dingen snel gedefinieerd worden?

(knikt) ‘In de meeste, bestaande dynamieken is dat ook logisch. Kijk nu bijvoorbeeld naar Vooruit. Daar heerst een dynamiek van subsidies. Aan subsidies hangen voorwaarden. Die voorwaarden worden beslist op ministeries en worden gecommuniceerd naar de huizen, de programmatoren, de makers en de toeschouwers. Als het geld komt met voorwaarden, dan lopen die voorwaarden de ganse ketting door, tot aan het publiek. De hele werking is onderhevig aan die afspraken. Bij DOK gold die dynamiek simpelweg niet. Dat wil niet zeggen dat er geen dingen waren waar men rekening mee hield. DOK wilde bijvoorbeeld ook een plek zijn waar gezinnen terecht konden. Daarvoor kregen ze volgens mij ook steun vanuit de stad. Dat aspect werd dan gedekt door de fameuze DOK-zondagen, zodat DOK voor de rest van de week een echte vrijplaats kon zijn.’ 

Mecenassen

Vandaag zie je dat er veel nieuwe vormen ontstaan waarin mensen dingen proberen in de wereld te zetten. Vaak worden die nieuwe ideeën gegijzeld in oude, financiële vormen. Jullie lijken met jullie mecenaat daarvan weg te breken? 

‘Ik ben voorzichtig om daarover optimistisch te zijn. Nieuwe financiële vormen vinden om dingen in de wereld te zetten, is een grote uitdaging en een groot probleem. Eigenlijk vind ik het niet oké dat wij ons mecenaat moeten gebruiken om te kunnen bestaan. Het is niet ideaal voor wat wij willen doen. Oké, het is het minst slechte systeem en het heeft een aantal heel mooie voordelen. Het brengt veel kennis en verbinding binnen, maar ik denk dat dat ook zou gebeuren als de mecenassen niet zouden moeten betalen. In de huidige wereld is het mecenaat op dit moment het enige verdienmodel waarin wij ons vrij zien te bewegen.’ 

Zie je een ander systeem dat gezond en positief zou kunnen zijn?

In theorie zouden subsidies voor ons wel kunnen kloppen. Nu, we hebben een keer subsidies gekregen maar beslisten om ze terug te storten. Als we alles bekeken waar we aan moesten voldoen, beseften we dat het niet oké was voor ons. Een subsidie aanvaarden, maakt je tot een gesubsidieerde organisatie. Vanaf dan komt er een subsidielogica binnen in je organisatie. Je doet wat je in je dossier hebt belooft om te doen. Dat dossier heb je vaak een jaar eerder al gemaakt. Ineens moet je je dus aan oude beloften houden. Bovendien loopt die periode waarover je dingen hebt beloofd, over vier of zelfs zes jaar. Zo zit je dus eigenlijk voor jaren vast aan doelen die je eerder hebt gesteld. Maar om relevant en scherp te blijven, moet je kunnen bewegen. Zelfs als je nobele doelen stelt zoals duurzaamheid of diversiteit gaat het eigenlijk over muilkorven. Ik denk dat subsidies zoals ze vandaag functioneren, organisaties zoals de onze eigenlijk in de kiem smoren.’ 

Subsidies zouden op hun plaats zijn maar in een ander model?

‘Een model waarin ze in vertrouwen worden gegeven en niet met al die voorwaarden zodat je als kleine organisatie van twee à drie mensen iemand bijna voltijds moet aanstellen om te rapporteren.’ 

Dus het mecenaat dat jullie gebruiken, is bij gebrek aan een beter financieel systeem?

‘Ja. En in zekere zin werkt het. Mensen geven ons geld in het vertrouwen dat wij er iets goeds mee zullen doen. Er is geen resultaatsverbintenis. Mensen kunnen week na week volgen wat we doen en beslissen of ze er achter kunnen blijven staan.’ 

Is dat een leefbaar systeem? Zijn jullie niet erg kwetsbaar op die manier?

‘Ik ben vroeger twee keer bijna failliet gegaan. Ik heb ook in lange periodes aan een hongerloon gewerkt. Dat doe ik niet meer. Wij verdienen geen groot geld maar we komen goed rond. Het is niet zo dat we vandaag break-even draaien. We hebben een lening genomen om een medewerker te kunnen aannemen. Maar we hebben ook een financieel plan waarin ik een lat heb gelegd waar we niet onder gaan. Als dat wel gebeurt, dan stopt het. Ik weet uit het verleden dat je dan op krediet leeft en dat krediet betaal je vroeg of laat terug. Het is een fout die veel jonge starters maken.’ 

Het is wellicht een verklaring voor het hoge percentage aan burn-outs bij twintigers?

‘Het gebeurt vaak dat jonge ondernemers voor advies bij mij komen en dat ik hen zeg: stop ermee. Zo snel mogelijk. Het is echt niet zo erg om te stoppen. Soms is het de enige optie. En misschien start je later met iets nieuws en kan je de lat iets hoger leggen voor wat je zelf verdient. Mensen blijven te lang doorgaan. Zelf heb ik dat ook gedaan.’

Anthony Bossem, mede-oprichter Zwijgen is geen Optie © Eric de Mildt

Een beetje beleefd graag

In het gesprek met Stefan Hertmans kwamen de termen waardigheid en zelfinzicht naar voren. Staan die termen centraal in jullie aanpak?

(knikt) ‘Weet je wat voor mij een belangrijk vertrekpunt is? Hoe heb je van je mama geleerd om met mensen om te gaan? Je hebt geleerd om beleefd te zijn, om op tijd te komen en om je goed voor te bereiden als je met iemand hebt afgesproken. Het is ook normaal dat je erover nadenkt hoe je een persoon op zijn of haar gemak kunt stellen als die op bezoek komt. En om dankbaar te zijn voor de tijd die die persoon jou schenkt. Dat hebben we allemaal thuis geleerd. Waarom zouden we dat bij Zwijgen is geen optie anders doen? Soms lijkt het alsof er een verschil wordt gemaakt tussen een thuissituatie en een werksituatie. Alsof een doel  in een werksituatie bereiken belangrijker is dan je manieren houden. 

Op onze facebookpagina staat: “als onze mama’s het niet tof vinden wat jij als reactie post dan gooien we jouw reactie er af”. Niet te luid roepen met veel uitroeptekens en zo. Wees eens gewoon beleefd en constructief. Op DOK gold dit feitelijk ook. Deze basishouding vervangt zoveel regels.’

Mag ik zeggen dat jullie gesprek per gesprek de wereld willen veranderen?

(lacht) Dat vind ik zelf te bombastisch. Of misschien is dat wel van toepassing maar dan anders bekeken. Als de gesprekken die je bedoelt niet alleen onze gesprekken zijn maar ook die van jou. De gesprekken die jij straks voert nadat wij elkaar hebben gesproken. En die van mij straks waarin inzichten zitten die ik heb verworven door met jou te praten. Het is wel juist om te zeggen dat de wereld verandert met elk gesprek dat plaatsvindt. Piet Colruyt zei eens: “Zelfs als je een scheet laat, verander je de wereld”. Dat was leuk om uit zijn mond te horen. (lacht) Nee, maar ernstig: je verandert de wereld voortdurend, gewoon door in contact te zijn met anderen. Dat kan op negatieve manieren maar ik ga voor de positieve.’ 

Heeft Zwijgen is geen optie je meer optimistisch gemaakt?

‘Het heeft me alleszins veel steviger gemaakt. Niet omdat ik een ‘huis’ rond mij gebouwd heb en niet meer bang ben. Maar ik voel mij steviger omdat ik nu merk wanneer ik bang ben en dan op zoek durf te gaan naar wat mij geruststelt. Zwijgen is geen optie heeft me veerkrachtiger gemaakt, en minder cynisch.’ 

Was jij een cynisch iemand?

‘Mega! Ik denk nu dat cynisme een soort van zelfverdediging is. Alles kapot relativeren, zeker dat wat kwetsbaar is. Het is veiliger om te stellen dat niets er toe doet. Dan voel je de pijn niet.’ 

Heb je het nu over de periode waarin je je bedrijf hebt stopgezet?

(knikt) ‘Dat was echt heel heftig. Iedereen stelselmatig moeten ontslaan tot je zelf alleen over blijft. En het was niet de eerste keer dat het misliep. Dit keer had ik alles volgens het boekje gedaan. Ik had goede mensen rondom mij. De reden dat het mislukte, moest dus wel bij mij liggen.’

Lag het effectief aan jou dat het mislukte?

‘Ja, maar dat wil niet zeggen dat er iets mis met mij is. Er zijn bepaalde dingen waar ik gewoon niet zo goed in ben. Dat weet ik intussen.’ 

Was er in dat uit elkaar vallen van het kader waarin je functioneerde, ook iets positief te vinden?

‘Ik heb een tijdlang dat kader van mijzelf als ondernemer nodig gehad om te kunnen functioneren. Je zal mij een faillissement of een stopzetting niet horen romantiseren maar ik denk wel dat je soms een krak nodig hebt om op een ander spoor te geraken. Dat wat ik eerder met mijn bedrijven aan het doen was, zou mij uiteindelijk niet gevoed hebben als mens.’ 

Kan je vandaag je dromen kwijt in Zwijgen is geen optie?

‘We hebben het regelmatig over wat we nog allemaal willen realiseren, elk in ons leven. En we onderzoeken welke van die dromen we kunnen integreren in Zwijgen is geen optie. De kern is natuurlijk het voeren van gesprekken met mensen, en daar kunnen we nu ook niet al onze persoonlijke verlangens in kwijt. 

Maar weet je: het is enorm deugddoend om Zwijgen is geen optie als vaste waarde in mijn leven te hebben. Ik weet dat we elke week een gesprek met iemand hebben. Dat geeft een fijne cadans. En het is meer dan dat, ik voel mij veilig in de studio. Als alles slecht gaat, kom ik aan in de studio voor een gesprek en dan voel ik mij veilig.’

Er iets iets heel mooi aan oprechte interesse in iemand tonen. 

‘Mies Bouwman (bekende Nederlandse televisiepresentatrice, edg) heeft ooit gezegd: als je echt een goed gesprek met iemand hebt, dan word je verliefd tijdens het gesprek en zie je dat als toeschouwer op het beeld gebeuren. Een goed gesprek is dus eigenlijk liefde.’

Is het die liefde die je drijft?

‘Samen op zoek gaan om ons dingen te verbeelden waardoor de wereld er beter uit ziet. Hoe cool is dat? Stel nu dat het klimaatprobleem gewoon opgelost was. We zouden niet alleen propere lucht hebben en betere vooruitzichten voor onze wereld, maar er zou ineens ook veel plaats vrij zijn in de kranten. Waarover zouden we het dan eens hebben?’ 

Anthony Bosschem startte als jonge twintiger twee bedrijven die hij uiteindelijk ook weer ten grave droeg. In de donkere dagen na de tweede stopzetting was er voor Anthony een kind overweg en observeerde hij de wereld waarin zijn kind zou terechtkomen. Zijn compagnon de route, de filosoof Tom Mahy, was zopas vader geworden van een dochter. Samen vatten ze het plan op om mensen te portretteren die proberen iets te doen aan de belangrijke problemen van deze tijd. In het beste geval om een mondige grondstroom zichtbaar en groter te maken, in het slechtste geval om hun laatste hoop te documenteren. Vandaag is Zwijgen is geen optie een community van meer dan 17.000 mensen en passeerden al een honderdtal mensen langs de gesprekstafel van Anthony. Fragmenten van gesprekken worden regelmatig opgepikt in mainstream media.

Lees ook
DOKstory #1 Liesbeth Vlerick
DOKstory #2 Elina Bennetsen/ YAKU
DOKstory #3 Mathieu Charles/ Stand & Deliver
in gesprek met Eva De Groote